Geld in de buurt

Tijdens mijn studententijd woonde ik in Amsterdam-Oost. Het was toen een omgeving waar je nog niet dood gevonden wilde worden. Gammele huizen, krakers met hanenkammen, schimmige bedrijfjes en een hoge criminaliteit bepaalden het klimaat. In de afgelopen dertig jaar kwam er geleidelijk verandering in dit treurige beeld. De gemeente en woningbouwcorporaties saneerden de woningen, de parkeeroverlast en de vervuiling werden aangepakt. Toen ik er afgelopen vrijdag weer eens was, viel me op dat er weer ouders met kinderen voor op de fiets rondreden en dat er een hoop kleine bedrijfjes waren gekomen. De stad leeft weer en vertoont dynamiek. Het was niet alleen vanwege het jeugdsentiment dat ik terug was. De reden van mijn komst was, dat ik was uitgenodigd om de opening van een nieuw initiatief bij te wonen. De bereidheid van buurtbewoners om ondernemer te worden is hoog, maar ze krijgen hun plannen niet gefinancierd. Dat is niet verrassend. Banken hebben sowieso weinig behoefte krediet te geven en als het om starters gaat, geven ze helemaal niet thuis. De risico’s zijn te groot en de verwachte baten te laag. Feitelijk moeten de ondernemers aantonen dat ze geen lening nodig hebben om er een te krijgen. Het nieuwe initiatief, dat door een aantal ondernemers is opgezet, wil het gat opvullen dat de banken laten vallen. Met hun project ‘geld in de buurt’ willen ze ondernemers in hun buurt de mogelijkheid bieden niet alleen financiering, maar ook zakelijke ondersteuning van medeondernemers te krijgen. Voorlopig gaat het om een vorm van ‘peer-to-peer’-financiering. Kredietvrager en kredietnemer worden een-op-een aan elkaar gekoppeld. Op de wat langere termijn wil men een kredietunie opzetten. Het gaat dan om financiering voor en door de gemeenschap. Natuurlijk gaat het om een experiment, natuurlijk is het initiatief nog kwetsbaar en zijn de resultaten nog niet zichtbaar. Dat neemt niet weg dat ik het een mooi initiatief vind. Kredietunies kunnen een probleem beheersen dat de banken steeds moeilijker en tegen steeds hogere kosten kunnen managen. De kredietnemer moet door zijn financier in de gaten worden gehouden. In jargon noemen wij dat monitoring. De grote banken staan steeds verder van hun klanten af en zuchten daarnaast nog eens onder de last van hoge solvabiliteitseisen. Maar dat is niet het enige. Ik vond het vooral een goed plan omdat de initiatiefnemers niet blijven steken in klagen over het grootkapitaal en de Libor-boeven. Ze wachten niet op een overheid die met onuitvoerbare plannen komt, nee, ze pakken zelf de handschoen op. Daarom alleen al is het een mooi initiatief, dat kans van slagen moet krijgen. Het zit nu nog in het stadium van dubbeltjes en kwartjes, maar zo is Rabo ook begonnen.

Jaap Koelewijn

© 2014 Het Financieele Dagblad